Natuur en Landschap

KerkuilSteenuilBoerenzwaluwHuiszwaluwTorenvalk

Boerenerfvogels
Boerenerven kunnen een grote verscheidenheid aan diersoorten huisvesten, waardoor een erf een verrijking van de omgeving kan zijn. Op een erf kun je vlinders en andere insecten. amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en natuurlijke vogels aantreffen.
Sommige soorten hebben zich helemaal aangepast aan het leven op een boerenerf en zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de omstandigheden op het erf.
Welke bewoner van het erf kijkt niet uit naar de komst van boerenzwaluwen in het voorjaar?
Soms kan een boer of een bewoner van een woonboerderij met eenvoudige maatregelen de vogels van dienst zijn.

Kerkuil
Kerkuilen zijn echte bewoners van het agrarische cultuurlandschap. Na de strenge winter van 1963 was de kerkuil vrijwel geheel uit ons land verdwenen. Door het massaal ophangen van speciale nestkasten, het geven van voorlichting door enthousiaste kerkuilbeschermers en natuurlijk door de medewerking van boeren en buitenlui heeft de stand van de kerkuil zich weer hersteld.
Afhankelijk van de muizenrijkdom in een bepaald jaar varieert het aantal broedende kerkuilen in Nederland van duizend tot tweeduizend stuks. Daarvan broeden er zo'n honderd tot tweehonderd in de Achterhoek.
De kerkuil is nog steeds een kwetsbare soort. Een paar strenge winters met veel sneeuw en de kerkuilenstand kan tot enkele honderden broedparen zijn gereduceerd.

Hoe kunt u de kerkuil van dienst zijn?
Zorg voor toegankelijke bedrijfsgebouwen. Een kerkuil stroopt elke nacht een groot deel van de gebouwen in zijn territorium af op kleine knagers.
Als de omgeving er zich voor leent, kunt u een kerkuilennestkast ophangen of laten ophangen door iemand van een kerkuilenwerkgroep in uw omgeving. Een boerderij dicht bij een weg met intensief verkeer is minder geschikt. Veel kerkuilen jagen in wegbermen en lopen zo groot risico verkeersslachtoffer te worden. Een nestkast kunt u ophangen in een veldschuur, een oude hooiberg of in een van de bedrijfsgebouwen. Van normale bedrijfsactiviteiten trekt een kerkuil zich niet veel aan.
Door het maken van overhoekjes, door perceelsrandenbeheer en door het aanplanten van onder andere heggen en houtwallen komen er meer muizen en andere prooidieren van de kerkuil.
Wees terughoudend met het gebruik van muizengif. Laat de uilen en andere roofdieren de muizen vangen. Een kerkuil met jongen heeft per nacht vijftien tot twintig muizen nodig. Daar kan geen muizenval tegenop!
Voor de liefhebbers: leg een muizenhaard aan. Wat ongedorst graan of stro met wat graan op een droge plaats trekt muizen en daarmee uilen aan.
naar boven

Steenuil
Ook de steenuil is een bewoner van het kleinschalige agrarische cultuurlandschap. Voor zijn voortbestaan is deze kleine uil sterk afhankelijk van het landschap dat door de eeuwen heen door de boerenbevolking is gevormd. De afwisseling van bossen en bosjes, heggen, houtwallen en kleinschalige agrarische bedrijven vormen het ideale biotoop voor deze kleinste in Nederland voorkomende uil.
Landelijk gezien is het een soort van de rode lijst. In de Achterhoek is de steenuil nog een vrij algemeen voorkomende vogel. Om de paar boerderijen kun je in de goede leefgebieden een paartje aantreffen.
De steenuil broedt van oorsprong in natuurlijke holtes, bijvoorbeeld in knotwilgen of in hoogstamfruitbomen. In onze omgeving broedt een groot deel in 'holtes' in bedrijfsgebouwen, schuurtjes of oude kippenhokken.

Wat kunt u voor de steenuil doen?
Op een erf, waar geen natuurlijke holtes zijn, zoals holle bomen, kunt u de steenuil lokken met een nestkast. Hang deze op in een boom of op een plaats waar de uil regelmatig zit.
Als er een steenuil broedt in een van de gebouwen op uw erf, probeer dan de toestand voor het beest te handhaven. Moet onverhoopt toch het schuurtje afgebroken worden waar het beest nestelt, zorg dan voor vervangende woonruimte in de vorm van een kast.
Ook voor de steenuil geldt dat een goede leefomgeving de belangrijkste factor is om het voortbestaan te garanderen. Zorg dus voor overhoekjes en heggen. Het aanplanten van hoogstamfruit en wilgen kan op den duur zorgen voor natuurlijke nestholtes.
Ook de steenuil is gevoelig voor muizengif. Wees dus terughoudend in het bestrijden van muizen met gif.
naar boven

Boerenzwaluw
Boerenzwaluwen zijn ook echte plattelandsbewoners. Vrijwel alle boerenzwaluwen broeden in agrarische bedrijfsgebouwen. Begin april komen de eerste zwaluwen in Nederland aan en dan begint al gauw de bouw of het herstel van het nest. Van wat modder, mest en stro wordt een nest gemaakt, bij voorkeur op een balk, een leiding of een ander object dat stevigheid geeft. Soms is een spijker al voldoende.
Zwaluwen hebben het niet gemakkelijk. Mest zit vaak in afgedekte silo's waardoor minder insecten worden aangetrokken. Veel bedrijfsgebouwen zoals varkensstallen moeten tegenwoordig hermetisch worden afgesloten om mogelijke insleep van dierziektes tegen te gaan. Ook in melkstallen mogen om hygiënische redenen geen zwaluwen meer voorkomen.

Hoe helpt u de boerenzwaluw?
Houdt gebouwen waarin zwaluwen zitten toegankelijk. Zwaluwen zijn trouw aan hun broedplaats. Als in een van de gebouwen op uw boerderij zwaluwen broeden, zorg dan dat ze er ook in kunnen. Een kapot raampje of een openstaand luik is al voldoende!
Overlast van uitwerpselen kunt u voorkomen door onder het nest een plankje of een zeil te bevestigen. Doe dit als de vogels jongen hebben, dan is er vrijwel geen kans op verstoring.
Door het kunstmatig creëren van modderpoeltjes helpt u de zwaluw aan bouwmateriaal. Vooral klei en leem zijn stevige bouwmaterialen voor het nest en voorkomen dat nesten met jongen en al naar beneden vallen.
Slootjes en poelen trekken insecten aan en zijn dus ook gunstig voor de zwaluw. Kunstnesten kunnen een zwaluw stimuleren op een bepaalde plaats te gaan broeden.
naar boven

Huiszwaluw
Ook huiszwaluwen kun je op een boerderij aantreffen, al zijn het wat minder uitgesproken boerderijvogels dan de boerenzwaluw en de kerkuil. Huiszwaluwen zijn ook wel te vinden bij een brug of een ander kunstwerk of zelfs binnen de bebouwde kom.
De huiszwaluw is gemakkelijk te onderscheiden van de boerenzwaluw. De laatste zit meestal in bedrijfsgebouwen, de huiszwaluw maakt zijn nest tegen de gevel, vaak onder een uitstekende dakrand. De huiszwaluw heeft een kortere staart dan de boerenzwaluw en op zijn stuit een opvallende witte vlek.
Met de huiszwaluw gaat het jammer genoeg niet zo goed. Het aantal is terug gelopen van eenderde tot een kwart van het aantal dat 25 jaar geleden in ons land broedde. Wat daar de oorzaak van is, blijft gissen: de omstandigheden in Nederland kunnen minder goed zijn: bijvoorbeeld minder geschikte broedplaatsen en minder insecten.
Huiszwaluwen zijn plaatstrouw. Als ze zich een keer ergens gevestigd hebben, komen ze daar jaar na jaar weer terug.

Hoe helpt u de huiszwaluw?
Wat gunstig is voor de boerenzwaluw is ook gunstig voor de huiszwaluw. Zorg dus voor bouwmaterialen in de vorm van modder, liefst van klei- of leemachtig materiaal.
Nooit nesten 'uitspuiten' of verwijderen. De oude nesten worden door de zwaluw opgeknapt en weer opnieuw in gebruik genomen.
Als de mest van de zwaluwen overlast oplevert, kunt u onder de nesten een plankje aanbrengen waardoor de mest wordt opgevangen.
Ophangen van kunstnesten. Zwaluwen maken het liefst hun nest tegen een witte, overstekende rand. Het meeste kans op succes heeft u als er op niet al te grote afstand van uw boerderij al huiszwaluwen broeden.
naar boven

Torenvalk
Torenvalken zijn ook typische plattelandsbewoners. Deze dagroofvogels zijn vaak stilstaand in de lucht ('biddend') te bewonderen. Ze zijn dan op zoek naar woelmuizen en grote insecten die zich in de bermen of graslanden bevinden. De laatste vijftig jaar is het aantal torenvalken in ons land met zeker de helft verminderd. De torenvalk heeft het moeilijk, doordat oude kraaien en eksternesten geen veilige nestplaats zijn en de leefgebieden van zijn prooien steeds kleiner worden.

Wat kunt u voor de torenvalk doen?
Hang een torenvalkkast op in de bosrand of een houtwal. U kunt daarvoor de hulp inroepen van een vogelwerkgroep. Zorg voor overhoekjes of wat ruige bermen en randen, waar de torenvalk zijn prooi kan vinden.
naar boven

terug naar vorige pagina